TR; Ilja Gort, ‘ik had allang failliet moeten zijn’

TR; Ilja Gort, ‘ik had allang failliet moeten zijn’

apr 8, 2021 Nieuwsfeed by roxanne

‘Ik Had Al Tig Keer Failliet Moeten Zijn’

De zeventigste verjaardag van Ilja Gort is een vrolijke. Het leven is goed op zijn Franse wijnchateau La Tulipe, zijn nieuwe boek Bed & Breakfast is af en de nieuwe afleveringen van de tv-serie Gort over de grens noteren mooie cijfers. Hoewel het lijkt alsof alles wat Gort aanraakt in goud verandert, is dat volgens hem schijn die bedriegt. ‘Mijn kasteel was een middeleeuws blok beton aan beide benen.’TEKST JOOST VAN KLEEFFOTOGRAFIEBRUNO PRESS

Ilja, allereerst van harte gefeliciteerd met je zeventigste verjaardag.

‘Bonjour en hartelijk santé! Maar Nieuwe Revu maakt een vergissing. Ik ben geen 70 geworden, ik ben al jarenlang 59. Sinds ik 59 ben geworden, ben ik gestopt met jarig zijn.’

Oh?

Naturellement. 59 is een fantastische leeftijd. De meeste fouten heb je dan een paar keer gemaakt, je hoeft niet meer zo nodig, maar je wilt nog een heleboel. En het mooie is: dat kan nog allemaal.’

Andere mensen gaan met 65 jaar graag met pensioen…

‘Hou op zeg. En volgens mijn boekhouder kan ik me dat trouwens ook absoluut niet veroorloven.’

Hoe is het leven in het Franse gehucht Saint-Romain-la-Virvée ten tijde van corona?

‘Hier op Château La Tulipe leven we een beetje in een bubbel. Een soort champagnebubbel.’

‘Ik had geen geld meer, maar er lagen wel 80.000 flessen Bordeaux in de kelder. We verkochten geen ene reet’

Wie zijn ‘we’?

‘Mijn geweldige wijnboerenminnares Caroline d’Hollosy, mijn zoon Klaas, zijn lieve vriendin Meriam en kasteelhond Picard. En natuurlijk Eekie de eekhoorn, de wilde zwijnen, reeën, dassen en al die andere vrijbuiters die hier vrolijk door onze wijngaarden scharrelen. Hier, op de top van een heuvel, uitkijkend over de Dordogne, leven we midden in de natuur in volledige vrijheid.’

Geen last van corona?

‘Zeker in deze coronatijd is, hoewel we hier elke dag keihard moeten werken, ons Château La Tulipe de la Garde, omgeven door wijngaarden zo ver het oog reikt, een petit paradis. Maar vergis je niet, dat is ook weleens anders geweest. Ik heb deze hoop stenen vervloekt. Als je weet hoeveel bloed, zweet en tranen er in dit kasteel zitten, merde. Zeker in het begin is het kasteel een middeleeuws blok beton aan beide benen geweest.’

Is corona in Frankrijk anders dan in Nederland?

‘Nou, die chauvinistische Fransen… Rond kerst brengen wij hier in het dorp wat wijn, Hollandse kaas en tulpenbollen rond bij mensen die wel een opfleurtje kunnen gebruiken. Dat moet Nieuwe Revu niet opschrijven, want daar doen we het niet voor. Maar als we die mensen dan spreken, vaak oudere Fransen, vertellen ze: “Nou, die coronaprik, die neem ik niet.” Het wantrouwen jegens de overheid is in Frankrijk groter dan in Nederland, zeker hier op het platteland.’

Hoe ziet een dag op het chateau eruit?

‘Meestal starten we de dag met een half uurtje hollen door de wijngaarden langs de Dordogne, daarna drinken we met z’n allen koffie en dan gaan we aan de slag. ’s Avonds eten we met z’n vieren. Ik eet niet veel, maar wel gezond. Veel groenten, wat dat betreft is het konijn in mij goed wakker.’

Je hebt het chateau, waar jullie de La Tulipe-wijnen maken. Je schrijft romans, wijnboeken en columns. Volgende week verschijnt je nieuwe boek Bed & Breakfast. Je maakt ondertussen ook nog het tv-programma Gort over de grens. Je treedt op als spreker over ondernemen. En je runt een bed & breakfast. Is dat niet een beetje druk allemaal?

‘Ik run helemaal geen bed & breakfast! Hoe komt Nieuwe Revu daar nou weer bij? Gelukkig niet zeg, ik moet er niet aan denken! Het zit zo: Meriam, de verloofde van mijn zoon Klaas, heeft een horeca-achtergrond. Ze heeft de hotelschool gedaan en houdt ervan om mensen in de watten te leggen alsof het Fabergé-eieren zijn. Daarom runt zij, met hart en ziel, Château La Tulipe Bed & Breakfast.’

En dat zit in een vleugel van het kasteel?

‘Nee, het ligt op een geweerschot afstand van het chateau, in het dorpje Asques, aan de oever van de Dordogne. Als je er slaapt, en je slaapt er prinsheerlijk, krijg je ’s morgens een ontbijt, je gelooft je ogen niet. Er gaat geen zelfgebakken taartje of puddinkje de keuken uit of er ligt een verse, opgepoetste kers op te glanzen. Eerlijk waar. Ik vraag weleens: “Hou je er wel een beetje rekening mee met wat dat allemaal kost?!” Maar anderzijds, het is haar grote liefde en ik ben er blij mee, want uit de verhalen waar zij mee thuiskomt, heb ik inspiratie gehaald voor m’n nieuwe roman, die dan ook Bed & Breakfast heet. Het is een vervolg op mijn vorige boek, Godendrank. De held uit Godendrank, Abel, is onbewust een soort afspiegeling van mezelf geworden. Het leek me te gek als zo’n warhoofd een B&B zou beginnen. Wat voor Fawlty Towers-achtige taferelen zou dat opleveren?’

Waarom doe je nog steeds zoveel? Waarom ga je niet gewoon in het zonnetje onder een ouwe eik zitten, uitkijkend over je wijnranken?

‘Ik kan dat niet. Alles wat ik doe, gaat meteen op standje tien. Ik bedoel, ik klootviool maar wat an, maar ik wil wel dat alles goed gaat. Dus als ik wijn maak, wil ik de beste wijn maken. Als ik een boek schrijf, wil ik het leukste boek schrijven. En anders gooi ik het in de open haard. Ik heb één stelregel: doe alleen wat je leuk vindt, maar doe dat godsgruwelijk goed. Daarom voelt werken voor mij nooit als werken. Ja, die ene dag per jaar dat ik naar mijn boekhouder moet, dat is werken.’

Waarom?

‘Cijfertjes, getalletjes, daar is mijn bedrading niet op gemaakt. Ik moet m’n best doen om wakker te blijven en te kijken alsof ik het snap, want cijfers zeggen me niet veel. Mijn boekhouder is een schat van een man, heel zorgzaam, maar als hij me gaat voorrekenen hoeveel eindeloos veel geld er in dit chateau zit… Dat wil ik helemaal niet weten!’

Waarom niet?

‘Ik denk nooit in termen van geld. Ik ben er dol op, begrijp me niet verkeerd, ik zou er best wat meer van willen hebben. Geld betekent tenslotte vrijheid. En als er één ding is waar ik boven alles op gesteld ben, is het mijn vrijheid. Maar zodra je iets alleen doet om geld te verdienen, dan ben je verkeerd bezig. Natuurlijk, je kan een periode in je leven hebben dat zoiets noodzakelijk is, maar probeer die periode zo kort mogelijk te houden. Je moet doen wat je leuk vindt en waar je goed in bent. Dan komt dat geld vanzelf naar je toe rollen.’

Nieuwe Revu heeft iets anders gehoord.

‘Ik ben reuze benieuwd. Maar bedenk alvast wel, met mijn leeftijd zaten jullie ook al mis!’

Jij vond en vindt wijn maken heel erg leuk, maar het werd bijna je financiële ondergang.

‘Ik kocht Château de la Garde op donderdag 18 augustus 1994. Ik moest en zou een wijnchateau hebben. Dat was mijn droom. Ik zag mezelf zitten op de lommerrijke binnenplaats van een oud wijnkasteel, met een alpinopet op mijn knar, uitkijkend over mijn eigen wijngaarden. Aan mijn wijnstokken groeiden de mooiste druiven en die veranderden bijna als vanzelf in de beste Bordeaux. Al vrij snel werd ik ruw wakker geschud uit deze illusie; wijn maken bleek een uiterst kostbaar proces en ik investeerde me helemaal het gekkenhuis in. Er kwam geen eind aan. Dan belde mijn boekhouder weer: “Gort, waar ben je in godsnaam mee bezig! We zitten kilometers-diep in de rode cijfers!” En inderdaad: de centen raakten op en bij de Franse banken kon ik niet terecht. Die dachten: bij die Hollandse hangsnor zien we onze centen nooit meer terug. Uiteindelijk had ik geen geld meer, maar er lagen wel 80.000 flessen heel goede Bordeaux-superieur hier in de kelder. Die kreeg 84 punten van de Amerikaanse wijnadvocaat Robert Parker. Alleen: ik verkocht er geen een. Nul. We verkochten geen ene reet.’

En toen?

‘Die 80.000 flessen heb ik uiteindelijk voor een dumpprijs weten te slijten aan een Engelse supermarkt. Zo komen veel grote supermarkten aan hun partijen wijn. Die bellen arme, wanhopige wijnboeren op, of ze nog wat hebben liggen in de kelder en bieden dan een bodemprijs, alsof ze een heel eerbaar voorstel doen dat je niet kunt weigeren. En dat kun je ook niet, want het water staat tot aan je lippen.’

En toen moest Ilja Gort een list verzinnen om de volgende lading flessen wél voor een fatsoenlijke prijs aan de man te brengen.

‘Ik heb twee weken als een gek aan mijn boek Leven als Gort in Frankrijk geschreven. Inmiddels zijn er een kwart miljoen exemplaren van verkocht’

‘Bij de eerste oogst van de druiven in 1994 zag ik hoe mijn toenmalige, zeer getalenteerde Australische wijnmaker David Morrison bij een zojuist gevulde 10.000 liter-cuve de kraan aan de onderkant opendraaide. Een grote, dikke straal roze druivensap spetterde schuimend de goot in. “Wat doe je nou!?” schreeuwde ik verbijsterd. Ik sprong naar voren, schopte die kraan dicht. “No worries, mate,” lachte hij, “I’m just letting it bleed.” Nou, hij bloedde niet, ik bloedde. Ik zag voor mijn ogen honderden liters kostelijke wijn het riool in lopen. Ik dacht dat ik gek werd. Later leerde ik dat het weg laten lopen van wijn een techniek is die saigner heet, het laten “bloeden” van het druivensap. Door het eerste sap weg te laten lopen, wordt de resterende wijn in de tank meer geconcentreerd. Het krijgt meer smaak, wordt beter van kwaliteit. Maar ik dacht aan al het bloed, zweet en tranen die in de cuves zaten én aan mijn torenhoge schulden, dus ik ving de bloedende wijn op en bottelde het. En verdomd, dat bleek een waanzinnig lekkere rosé op te leveren. 100 procent verse merlot. Niemand deed dat toen. Ik liet het proeven aan de inkoper van Albert Heijn. Die was stomverbaasd. “Hé, dat is lekker!” zei hij. “Maar ja, rosé is uit. Mensen kopen geen rosé meer.” “Natuurlijk kopen ze geen rosé meer,” zei ik. “Omdat er geen lekkere rosé is.” Mijn credo is dat je nooit iets moet maken wat iedereen al maakt. Toen wij met La Tulipe Rosé in het schap van Appie verschenen, lag daar vrijwel geen rosé meer. En zeker geen goede. La Tulipe Rosé werd een enorme hit.’

Had jij, met je ervaring in de reclame, dat niet een klein beetje voortvarender aan kunnen pakken allemaal?

‘Kwaliteit is de beste reclame. En verder had ik van alles bedacht, maar dat is allemaal mislukt. Jan Cremer had voor mij een tulp geschilderd voor op mijn etiket. Maar Jan wilde niet tussen de inlegkruisjes bij Albert Heijn liggen, dat vond hij voor een groot internationaal geaccepteerd artiest als hij onwaardig. Toen heeft mijn zoontje Klaas, die net 6 jaar was geworden, een kindertulp geschilderd. Die schittert nu nog altijd op de etiketten van de flessen.’

Wat is er nog meer ‘allemaal mislukt’?

‘In 2008 hebben we een low-alcohol wijn op de markt gebracht, “Qool” heette die. Stille dood gestorven, we waren de tijd te ver vooruit. We maakten een tweede wijn, Le Phantôme, heeft Nieuwe Revu daar ooit van gehoord? Ook mijn boeken verkochten in het begin helemaal niet. Ach, wat vertel ik allemaal, ik stort jullie lezers nog in een diepe depressie. Ik hou ermee op, want anders wordt het echt Kleenex-werk.’

Hoezo, je boeken verkopen niet? Je wijn-biografie Leven als Gort in Frankrijk zit inmiddels op 250.000 verkochte exemplaren.

‘In het begin was het duwen en trekken, Leven als Gort in Frankrijk… Er was een slimme uitgever van Tirion Uitgevers uit Baarn, dat bestaat nu niet meer. Die uitgever dacht dat als die Ilja Gort zoveel wijn verkoopt, hij ook wel veel boekjes zal gaan verkopen. Dus werd ik gebeld met de vraag of ik een boekje wilde schrijven over mijn leven als beginnend wijnboer in La Douce France. Het hoefde pas over een jaar af, dus ik dacht, ach, waarom niet? Negen maanden later belt die uitgever weer. Of het boek mooi was geworden. O shit! Ik had er nooit meer aan gedacht! Toen heb ik voor twee weken een kamer in een Parijs hotel geboekt, Hotel La Tulipe, in het Quartier Latin, eerlijk waar, en ben ik als een gek gaan schrijven.’

Een heel boek, in twee weken?

Ja. Schrijven is normaliter een hele bevalling. Je twijfelt eindeloos over een woord of zin. Je leest een fragment tientallen keren voor aan je wijnboerenminnares. Maar daar was geen tijd voor. Ik scheef dat hele boek in een scheet. Pang. Knal. Eruit. Daarom is het ook zo’n leuk boek geworden, denk ik. Het bleek een zogenoemde slowseller te zijn. Langzaamaan gingen er steeds meer exemplaren over de toonbank. Inmiddels zijn er een kwart miljoen exemplaren van verkocht.’

Je nieuwe boek Bed & Breakfast is ook net verschenen. Wat opvalt is dat je geen uitgever meer hebt. Je bent je eigen uitgever geworden.

‘Klopt. Toen ik onlangs besloot mijn boeken zelf uit te gaan geven, belde mijn boekhouder weer. Of ik wel wist wat ik me op de hals haalde en waar ik dacht dat drukken van al die boeken van te betalen.’

Maar je deed het toch.

‘Veel uitgevers zijn doorgaans heel lieve mensen. Dan vraag ik aan ze: “Wat gaan jullie allemaal doen om het boek aan de man te brengen als het klaar is?” Dan antwoorden zij: “We gaan posters drukken en we doen een abri-campagne en…” En dan bel je een maand later op. “Waar blijven de posters?” “Ja, nou, nee, gaan we toch niet doen, want de boekhandel heeft geen interesse.” “Oh, oké. Maar die abri-campagne dan?” “Ja, nee, nou, gaan we ook niet doen, want er is geen budget.” Zo blijkt een to-dolist qua marketing achteraf een wish-list te zijn. Toen dacht ik: ik ga het zelf doen. Niemand werkt zo hard voor jouw boek als jijzelf.’

En dus?

‘En dus sla ik nu mijn eigen spaarvarken kapot en tel ik de centjes om te zien of er een abri-campagne afkan. De wijnboerenminnares en ik vinden het leuk om frisse nieuwe ideeën te verzinnen om onze boeken te promoten en daar investeren we fors in. Godendrank stond tien weken in de Bestseller 60. Dus dat betekent dat zelf je promotie doen werkt. En daar word ik happy van.’

En rijk natuurlijk.

‘Welnee, was het maar waar.’

Je verkoopt heel veel wijn bij Albert Heijn en je verkoopt heel veel boeken.

‘Volgens mijn boekhouder had ik al tig keer failliet moeten zijn. En inderdaad, hoe vaak ik ook niet gedacht heb: o god, we redden het financieel niet langer, we gaan ten onder. Ik zag het al helemaal voor me dat ik ’s avonds met natbehuilde wangen een verkoopbrochure voor mijn liefdes-kasteel in elkaar zat te plakken. Grace dieu is het nooit zover gekomen.’

Je zou zeggen, als je wijnmerk eenmaal loopt, loop je binnen.

‘Dat ligt eraan. Als je megagroot bent, misschien. Maar wij hebben slechts 25 hectare, die we zoveel mogelijk biologisch en met de hand bewerken. Daarbij: de techniek van wijn maken innoveert continu en wij willen dat op hoog niveau blijven doen, dus dat betekent doorlopend investeren in nieuwe apparatuur en eikenhouten vaten, et cetera. Bovendien willen we alleen maar werken met specialisten die ook nog eens goed in ons team passen en die ik ook een goed salaris wil betalen. En dan ben je er qua kosten nog niet.’

Nee?

‘Het telen van druiven brengt een groot risico met zich mee. Zeker nu de aarde opwarmt. In april is het nu vaak al zo warm dat de druiven-bloesems uitkomen, in mei hagelt het soms en dan gaat je halve oogst verloren. In augustus is het tegenwoordig lang droog, zodat de druiven te weinig sap ontwikkelen. Afgelopen jaar was de oogst daardoor 40 procent minder dan in 2019. Je krijgt er wel betere wijn van, omdat de voedingsstoffen uit de bodem over minder druiven worden verdeeld. Maar Appie gaat ons echt geen 40 procent meer betalen voor een fles La Tulipe. Kortom, een nimmer eindigende bron van zorg, zo’n wijngaard.’

Verkoop het dan!

‘Maar ik hou ervan! Want ik kan de wijn maken die ik zelf graag drink. En ik lust alleen maar heel lekkere wijn, dus dan ben je de lul. Althans, volgens mijn boekhouder. Ach, weet je, geluk zit ’m helemaal niet in geld. Dat zit in de vrijheid om te doen wat je leuk vindt. En hier op het chateau hebben we plezier in wat we doen. En met al onze bezigheden slagen we erin om soort van break-even te draaien. En dat is voor mij goud waard. Zo wil ik, over elf jaar, wel 70 worden.’ ■