Rabobank: repareer tegenvallende koopkracht

Gesloten bemiddelingsbureau voor ZZP’ers gesloten. Rabobank Economen bepleiten dat meer werknemers een vast contract krijgen en zo meeprofiteren van een grotere koopkracht.

Rabobank: repareer tegenvallende koopkracht

aug 27, 2018 Nieuwsfeed by vincent

Rabobank: repareer voor tegenvallende koopkracht

Het kabinet-Rutte dreigt opnieuw geconfronteerd te worden met tegenvallers bij de koopkrachtontwikkeling. Het zou daarom moeten overwegen maatregelen te nemen om het koopkrachtbeeld te verbeteren. Werknemers zullen anders slechts in beperkte mate profiteren van de economische groei.

Gesloten bemiddelingsbureau voor ZZP’ers gesloten. Rabobank Economen bepleiten dat meer werknemers een vast contract krijgen en zo meeprofiteren van een grotere koopkracht.
Gesloten bemiddelingsbureau voor ZZP’ers gesloten. Rabobank Economen bepleiten dat meer werknemers een vast contract krijgen en zo meeprofiteren van een grotere koopkracht.Foto: Peter Hilz/HH

Dat zegt Rabobank in een studie over de achterblijvende loonontwikkeling. Economen Barbara Baarsma en Nic Vrieselaar van Rabobank stellen dat het kabinet de loongroei en daarmee de koopkracht kan stimuleren door de wig, het verschil tussen de brutoloonkosten en het nettoloon, te verkleinen. Een euro netto meer salaris, is in Nederland bruto voor de werkgever heel kostbaar. Baarsma zegt dat de wig op twee manieren kan worden verkleind: door wat aan de brutokosten voor de werkgever te doen en door de marginale belastingdruk voor werknemers verder te verlagen.

Vast contract

Ook zou de regering moeten stimuleren dat meer werknemers een vast contract krijgen. Momenteel wordt de onderhandelingspositie van werknemers en vakbonden ondermijnd door de groeiende groep zzp’ers. Die zijn voor werkgevers veel goedkoper dankzij fiscale regelingen.

‘We stellen vast, dat gezien de daling van de werkloosheid de lonen minder snel stijgen dan je op grond van de ervaringen in het verleden zou verwachten’, zegt Baarsma. ‘Opnieuw valt de stijging van de lonen en de koopkracht tegen. Daarom denken we dat het kabinet zich ook niet rijk moet rekenen op basis van de huidige voorspellingen.’

Lager dan verwacht

De Rabo-economen geven als voorbeeld 2017. Dat jaar bleek de werkloosheid een stuk lager uit te komen dan verwacht, terwijl ook de inflatie tegenviel. Die combinatie verklaart waarom de vakbonden met hun looneisen te terughoudend zijn geweest, met als uiteindelijk resultaat dat er vrijwel niets overbleef voor koopkrachtverbetering.

Dit jaar dreigt hetzelfde te gebeuren. Het Centraal Planbureau (CPB) gaat ervan uit dat de toenemende krapte op de arbeidsmarkt de stijging van de cao-lonen een flinke impuls zal geven. Toch heeft het CPB de verwachting voor de cao-loonstijging alweer neerwaarts bijgesteld. Uit de laatste cijfers van werkgeversvereniging AWVN blijkt ook dat de sterke versnelling van de cao-loonstijging in het eerste kwartaal van dit jaar misschien een toevalstreffer is geweest, want van maart op juli is het tempo van de in nieuwe cao’s overeengekomen loonstijgingen iedere maand gedaald.

Dit jaar leiden bovendien hogere olieprijzen tot een hogere inflatie. Het gevolg is dat het CPB de verwachting voor de stijging van de koopkracht heeft verlaagd van een al niet te florissante 0,6% naar nog slechts 0,4%.

Structureel

De hogere inflatie is een toevallige omstandigheid. Baarsma en Vrieselaar zeggen dat door een flink aantal structurele redenen de loonstijging en de koopkracht het vaak minder goed doen dan verwacht. Zo leidt de globalisering en de werkloosheid elders in Europa tot een hoger arbeidsaanbod in Nederland. Veel mensen die niet ver van de arbeidsmarkt afstaan, vallen buiten de reguliere definitie van werkloze. De reservebank op de arbeidsmarkt is daardoor groter dan gedacht.

Bovendien is het de vraag of in een veranderende samenleving waarin het tweeverdienermodel de norm is geworden voor werkenden, het accent nog wel zo sterk op loongroei ligt. Door de wens voor flexibele werktijden of soepel verlof wordt wat loon betreft bij onderhandelingen niet meer het onderste uit de kan gehaald.

‘Helaas’, concludeert Baarsma, ‘heeft het kabinet met de lastenverlichting al veel van zijn kruit verschoten, met de invoering van twee schijven in de inkomstenbelasting van €6 mrd. Daarvan blijft na 2021 uiteindelijk structureel slechts €600 mln over. Werkende Nederlanders laten meedelen in de economische groei vergt dus een stap extra van het kabinet.’