Moe nadat de winterklok is ingegaan? Je biologische klok heeft gelijk (dus luister ernaar)

Moe nadat de winterklok is ingegaan? Je biologische klok heeft gelijk (dus luister ernaar)

nov 14, 2019 Nieuwsfeed by vincent

Voel je je enigszins jetlagged sinds de wintertijd is ingegaan? Dat is helemaal niet gek, want ons 24-uursritme heeft meer invloed dan je waarschijnlijk weet. Maakt dat ene uurtje dan zoveel verschil? Jazeker, en juist daarom kan beter leren luisteren naar je biologische klok je veel brengen. Het is niet zo vreemd dat we ernaar neigen lacherig te doen over ons natuurlijke ritme: zelfs binnen de wetenschap was dat geruime tijd het geval. Het idee dat zoiets simpels als een leefritme van invloed kon zijn op je gezondheid vond men redelijk bespottelijk. Pas recentelijk is er veel aandacht voor gekomen. Zo ontdekten de Amerikaanse biologen Jeffrey Hall, Michael Rosbash en Michael Young al in de jaren tachtig het moleculair mechanisme dat onze interne biologische klok controleert, maar wonnen ze er toch pas in 2017 de Nobelprijs voor Geneeskunde mee.

Ons vierentwintiguurstempo helpt je om te bepalen wanneer je wakker wil zijn en wanneer je wil, of eigenlijk zou moeten, slapen. Maar het controleert ook andere ritmische patronen, zoals wanneer je het liefst eet en drinkt, je lichaamstemperatuur, de snelheid van je metabolisme, wanneer je bepaalde hormonen produceert en het is zelfs van invloed op je emoties en je stemming. Dat legt de Amerikaanse neurowetenschapper Matthew Walker uit in zijn boek Slaap: Nieuwe wetenschappelijke inzichten over slapen en dromen. Dat ons brein daglicht gebruikt om onze interne klok bij te stellen is vrij logisch, vervolgt hij: ‘Daglicht is het betrouwbaarste, meest repetitieve signaal in de wereld om ons heen. Sinds het ontstaan van de aarde, en sindsdien iedere dag zonder één keer te versagen, is de zon altijd ’s ochtends opgegaan en ’s avonds weer ondergegaan.’

Hoewel iedereen een biologische klok heeft, kan die van persoon tot persoon flink verschillen. Het is bewezen dat er wel degelijk zoiets als ochtend- en avondmensen bestaat, vertelt de neurowetenschapper. Ongeveer 40 procent van de bevolking komt het liefst al vroeg op de dag op gang en kan zich herkennen als ‘ochtendmens’.
Waar zij ’s avonds voor hun gevoel maar matig presteren, is het juist tijd voor de ‘avondmens’: zij gaan van nature het liefst laat naar bed en worden pas laat op de ochtend of zelfs vroeg in de middag wakker. De resterende 30 procent zit ergens tussen deze twee in, met een lichte neiging naar de avond. Het soort groep waarin je zit wordt door wetenschappers ook wel ‘chronotype’ genoemd.

Chronotype
Welk chronotype jij bent is niet aan jezelf, helaas. Voor een groot deel spelen de genen mee die je van je ouders en voorouders hebt meegekregen. Walker: ‘Als je zelf een nachtuil bent, is er een grote kans dat een van je ouders een nachtuil was, of allebei.’ Dat zou een goede verklaring zijn voor het feit dat je er maar niet aan kunt wennen dat doordeweeks je wekker om zeven uur gaat.
Best oneerlijk dat de maatschappij je als lui bestempelt omdat je ’s ochtends moeilijk uit bed kunt komen, terwijl dat simpelweg onderdeel uitmaakt van je aangeboren natuurlijke ritme, vindt Walker. ‘Alsof het een keuze is, en iemand eigenlijk zonder enig probleem op tijd zou kunnen komen als ze niet zo moeilijk deden. Maar nachtuilen zijn geen nachtuilen omdat ze daarvoor kiezen, ze worden door hun genetische hardware gedwongen tot hun latere tijdschema.’

Uiltjes in de ochtend
Vreemd dat er wel van ons wordt verwacht dat we allemaal min of meer rond hetzelfde tijdstip ten tonele verschijnen, vindt Roelof Hut. Hij is chronobioloog en als professor verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij vraagt zichzelf steeds vaker af waarom het bedrijfsleven niet gebruik maakt van flexibeler werktijden die beter passen bij de chronotypes van medewerkers. ‘In het meest extreme geval kan het zijn dat de een het liefst naar bed gaat als de ander opstaat.’
Avondmensen die als ochtendmensen leven worden in een onnatuurlijk waak-slaapritme gedwongen. ‘Als gevolg daarvan zijn niet alleen de arbeidsprestaties van de uiltjes ’s ochtends onder de maat, maar krijgen ze ook niet de mogelijkheid om hun ware potentieel te tonen doordat de werkdag al voorbij is voordat hun beste tijd begint’, aldus Hut.

Het is bewezen dat er wel degelijk zoiets als ochtend- en avondmensen bestaat. Ongeveer 40 procent van de bevolking komt het liefst al vroeg op de dag op gang en kan zich herkennen als ‘ochtendmens’.
Daarbij lijden zij extra aan slaaptekort. Uit onderzoek van de Duitse hoogleraar chronobiologie Till Roenneberg blijkt dat mensen met een laat chronotype op weekdagen structureel te kort slapen, wat ze vervolgens in het weekeinde moeten inhalen, als dat al lukt. Beter inzicht in de werking van onze biologische klok heeft er inmiddels voor gezorgd dat we weten dat bijvoorbeeld nachtdiensten slecht voor de gezondheid zijn. Die leiden tot een verhoogde kans op overgewicht, hart- en vaatziekten en diabetes. Kortom: leven buiten je persoonlijke ritme om is hartstikke ongezond – en in feite doet een wekker niets meer dan dat ritme verstoren.

Robot
Roelof Hut: ‘Hoe graag we ook zo productief mogelijk willen zijn, we zijn geen robotjes. In tegendeel: we zijn nog altijd aardse wezens met een interne klok die is afgestemd op het zonlicht.’ Evolutionair gezien heeft dat ritme overigens een logische reden: de mens is een sociaal dier dat van oudsher leeft in groepen. Als iedereen op hetzelfde moment sliep, was de groep onbeschermd. Dankzij de verschillende leefritmes was dat geen issue meer en verbeterden dus de overlevingskansen.

Een tweede, overduidelijke reden om te proberen beter naar je biologische klok te luisteren zijn je prestaties. Als een nachtuil wordt gedwongen vroeg op te staan, duurt het, net als bij een koude motor, nog een tijd voordat de prefrontale cortex van die persoon voldoende is opgewarmd om goed te kunnen functioneren. Dat is het gebied in de hersenen wat beschouwd kan worden als ons ‘hoofdkantoor’, legt Matthew Walker uit. Het is het domein van de hogere gedachten en het logisch redeneren en is de belangrijkste reden dat we onze emoties kunnen beheersen. Recent onderzoek van chronobioloog Roelof Hut sluit hierbij aan. Op middelbare scholen bracht hij de verschillen in kaart tussen de diverse chronotypes. En inderdaad, de ‘late types’ haalden gemiddeld lagere cijfers dan leerlingen die zonder moeite vroeg uit bed springen.

Overigens kun je tot op zekere hoogte je biologische klok iets aanpassen, vertelt Joke Meijer, hoogleraar neurofysiologie aan het Leids Universitair Medisch Centrum, aan NRC. ‘Ben je een avondmens, zorg dan dat je ogen ’s morgens vroeg al licht opnemen. Want licht in de ochtend zorgt voor een versnelling van je klok. Licht in de avond zorgt juist voor een vertraging van je klok, dus dan kun je beter terughoudend zijn met fel licht.’

Niet alleen daglicht
Daglicht is weliswaar het voornaamste signaal waar de hersenen zich op beroepen om de biologische klok gelijk te zetten, maar niet het enige. Zolang ze zich op een voorspelbare manier herhalen, kan het brein zich ook oriënteren op andere externe aanwijzingen, zoals voedsel, beweging, temperatuurwisselingen en zelfs regelmatige sociale interactie. Al deze gebeurtenissen zijn in staat om de biologische klok te kalibreren, zodat hij na precies vierentwintig uur slaat. Daarom raken mensen met bepaalde soorten blindheid hun 24-uursritme niet helemaal kwijt: hoewel ze door hun blindheid geen aanwijzingen van het licht meer krijgen, zijn er andere signalen die hun klok gelijkzetten.
Bron: Slaap, Matthew Walker (Uitgeverij De Geus)