‘Ik lunch met melk en boter­hammen, dat vinden Nederlanders prettig’

‘Ik lunch met melk en boter­hammen, dat vinden Nederlanders prettig’

jan 25, 2021 Nieuwsfeed by roxanne


Terminal Recruiters

Boudewijn Geels, Elfanie toe Laer, Financieel Dagblad 22 jan
De Iraanse Sara Bahramali kwam op haar negentiende naar Nederland en vernederlandste snel. Daar heeft de vice president Transformations van McKinsey veel aan in het bedrijfsleven. Want herkenning vinden mensen fijn, merkte ze. Maar toen kreeg ze heimwee. Deel 8 in de serie Achtergrondgesprekken.

Sara Bahramali: ‘Het feit dat ik in Delft heb gestudeerd en cum laude ben afgestudeerd, is volgens mij belangrijker dan mijn buitenlandse naam.’


In het kort
Door zich te storten in het studentenleven integreerde de Iraanse Bahramali snel in Nederland. In haar werkende leven komt dat goed van pas; de bedrijfscultuur is namelijk heel anders dan in haar vaderland.
Dat haar kersverse echtgenoot in Israël werd geboren, is voor haar familie geen probleem, maar vanwege het regime durft ze hem niet mee te nemen naar Iran.
De trap naar de woonkamer op de eerste verdieping is smal en angstwekkend steil. De hoogzwangere Sara Bahramali (38) is daardoor een beetje buiten adem als zij plaatsneemt in een zwarte loveseat. Hier wacht de vice president Transformations van McKinsey op de geboorte van haar zoon, binnen nu en een maand. Het uitzicht op het Groningse Noorderplantsoen is vanuit de 19de-eeuwse tussenwoning prachtig, zelfs in druilerig januariweer. Dat Bahramali acht jaar geleden op de regen en het kneuterig Hollandse afknapte, kan zij zich nu niet meer voorstellen.

Soms zoekt ze nog naar een woord, maar haar Nederlands is inmiddels zo vloeiend dat haar vriendinnen vaak vergeten dat zij Iraniër is. Bahramali vindt zelf ook dat ze erg vernederlandst is. En toch … ‘Voor een hypnobirthing-cursus moest ik mijzelf visualiseren op een plek waar ik mij heel erg op mijn gemak voel. Dat is bij mijn moeder in de keuken in Teheran. Maar daar kan ik tijdens mijn bevalling niet aan denken, want dan word ik alleen maar verdrietig dat zij er vanwege de coronapandemie niet is.’

Bahramali draagt geen hoofddoek. In Iran deed ze dat wel, maar alleen buitenshuis, omdat dat van de ayatollahs nu eenmaal moet. Ook als ze bij vrienden was ging het ding meteen af. Jongeren onder elkaar in Iran: daar moeten we ons geen granieten vroomheid bij voorstellen, vertelt ze. Anything goes. Althans, in haar kringen.

Op uw negentiende kwam u naar Nederland om hier te gaan studeren. Waarom?
‘Studeren in het buitenland is heel gebruikelijk voor de Iraanse jeugd. Iedereen wil weg, want in Iran is er weinig perspectief. Mijn vader was vertegenwoordiger van een aantal Nederlandse bedrijven in Iran. Daardoor kwam hij vaak hier. Soms, in de zomervakantie, gingen wij mee. We bezochten Den Haag, Amsterdam. Ik had goede herinneringen aan het land. Het was er voor mijn gevoel ook altijd mooi weer. Dat klopt niet, merkte ik toen ik hier kwam, maar dat was eigenlijk de enige tegenvaller.’

Hoe was uw jeugd in Iran?
‘Wij zijn heel dubbel opgevoed. Iraniërs zijn minder gelovig dan de bevolking van andere islamitische landen. Nog steeds geloven velen wel, hoor, maar doordat het zo drukkend wordt opgelegd, keren veel mensen zich juist van religie af. Mijn familie is niet religieus, dus thuis hadden wij een heel ander leven dan op school of op straat. Van kinds af aan leer je om te doen alsof. Op school sprak je niet over wat je allemaal thuis doet of wat je ouders doen of zeggen.’

Eenmaal in Nederland ging de hoofddoek definitief af. Bahramali kwam in het voorjaar van 2002 naar Delft. Voordat ze begon aan haar studie werktuigbouwkunde, volgde ze eerst een paar maanden Nederlandse les. Waar veel buitenlandse studenten elkaar opzoeken, leerde zij voornamelijk Nederlandse studenten kennen en zo rolde ze het studentenleven in, inclusief een lidmaatschap van studentenvereniging Virgiel. ‘Ik dacht dat het zo hoorde, dat iedereen lid werd.’

Hoe beviel het studentenleven?
‘Het heeft mij heel erg geholpen met integreren. Ik had geen ruimte voor heimwee. Zat in commissies, draaide bardiensten. Ik ging er helemaal in op.’ Na haar afstuderen vond ze een baan bij AkzoNobel in Arnhem, waar ze bijna vijf jaar werkte, onder andere als consultant. Ze maakte er kennis met de typisch Hollandse bedrijfscultuur.

Cv
1982 Geboren in Teheran
2002 Studie werktuigbouwkunde, TU Delft
2009 AkzoNobel, onder andere consultant
2015 United Green, Londen, investment manager
2017 Arthur D. Little, Dubai, consultant
2019 BlinkLane Consulting, consultant
2020 McKinsey Transformations, vice president
Hoe moeilijk was het om ertussen te komen? Had u last van discriminatie?
‘Nee, ik niet. Ook als ik afgewezen werd, heb ik dat nooit gerelateerd aan mijn achtergrond. De meeste mensen waren juist onder de indruk: “O, wat spreek je goed Nederlands.” Want ik ben een buitenlander hè, dus het is een beetje anders dan als je hier geboren bent. Ik ben een soort genaturaliseerde expat. Het feit dat ik in Delft heb gestudeerd en cum laude ben afgestudeerd, is volgens mij belangrijker dan mijn buitenlandse naam.’

Premier Mark Rutte constateerde vorig jaar ‘systemisch racisme’ in Nederland. Herkent u dat?
‘Nee.’

Zou dat misschien anders zijn geweest als u een hoofddoek droeg?
‘Misschien. Kijk, ik ben heel geïntegreerd. Ik eet ook boterhammen en drink melk bij de lunch en ik merk dat Nederlanders dat prettig vinden.’

Nederlanders zijn niet racistisch, maar vinden het wel fijn als je zo veel mogelijk op hen lijkt?
‘Ja. En dat hoofddoekje is toch iets anders dan de Nederlandse cultuur; het voelt iets verder weg.’

De herkenning die Nederlanders zo prettig vinden, had u natuurlijk niet. Miste u dat gevoel weleens?
‘Ja, soms. Toen ik dertig was, werd ik heel rusteloos. Veel mensen worstelen rond die leeftijd met de vraag: is dit het nou? Ik had dat ook. Ik had na mijn drukke studentenleven meer tijd om bezig te zijn met mijn roots, ging Iraanse muziek luisteren, Iraans eten maken, ik sprak vaker met mijn ouders. En ineens kreeg ik heimwee.’

Bahramali dacht dat haar toekomst toch niet in Nederland lag en vertrok. Twee jaar woonde en werkte ze in Londen. ‘Ik vond het helemaal niks, echt zó duur. Ik woonde in een schoenendoos en als ik ergens heen wilde, moest ik eerst een uur met de metro. Alles was daar oncomfortabel.’

Zij besloot dat ze toch meer in het Midden-Oosten paste en ging aan de slag voor adviesbureau Arthur D. Little in Dubai. Het was 2015 en dankzij de nucleaire deal die de Verenigde Staten hadden gesloten met Iran, was zakendoen met haar vaderland opeens een stuk makkelijker geworden. Bahramali reisde veel op en neer en haalde de banden met familie en vrienden in Teheran aan.

Gaandeweg merkte de jonge dertiger hoe vernederlandst zij was. De situatie in Iran verslechterde toen de VS in 2018 uit de Iran-deal stapten en Donald Trump het land opnieuw zware sancties oplegde. Bahramali: ‘Er was steeds minder werk en weinig toekomstperspectief. Dat had zijn weerslag, ook op mijn vrienden. De ongelijkheid wordt groter naarmate de economie ongezonder is.’

Was u misschien ook een beetje te vrijgevochten geworden voor Iran?
‘Nou, in mijn milieu zijn ze heel vrijgevochten, hoor. Té vrijgevochten zou ik zeggen. Heel jonge meisjes die met van alles experimenteren: drugs, mannen, feestjes. Maar alles in het geheim. Het is ongelooflijk hoe het land de laatste jaren is veranderd. Ik verwijt die jongeren niks, de situatie is gewoon heel somber. Niet iedereen is losgeslagen, er zijn ook hardwerkende mensen, maar de middenklasse is heel klein geworden. Waarom zou je keihard werken als de kans zo klein is dat je er iets mee bereikt? Dat vond ik heel moeilijk om te zien.’

Weer kreeg Bahramali heimwee, maar nu naar Nederland. Waar zij een paar jaar eerder op was afgeknapt – het calvinistische, het degelijke, weinig glamoureuze van overal heen op de fiets en doe maar gewoon – werd plotseling iets waar ze naar terugverlangde. ‘Tegen mijn vriendinnen zei ik: zelfs als het regent ga ik niet klagen! Ik waardeerde ineens alles.’

Bahramali kwam terug, ging wonen aan het Westerpark in Amsterdam en haalde haar hart op. Ze vond een leuke baan bij een klein consultancybureau, maar zit pas echt op haar plek sinds ze in juni 2020 begon aan een nieuwe job: vice president Transformations bij adviesbureau McKinsey.

U heeft dus echt gekozen voor Nederland. Hoe verschilt het zakendoen hier met het Midden-Oosten?
‘Nederlanders zijn in onderhandelingen natuurlijk heel direct en aanwezig. In Iran en het Midden-Oosten is dat veel minder, daar gaat alles meer via via en indirect. Bovendien is de Iraanse manier van werken heel anders. Vanwege alle economische problemen zijn mensen veel creatiever in het zakendoen. Ze werken minder via vaste richtlijnen. Nederlanders zijn daar conservatiever in, denken minder buiten de lijntjes.’

Heeft u daar last van in uw werk?
‘Nou, op mijn werk helpen we bedrijven met complexe en radicale transformaties die blijvend effect hebben. Dat eist meestal een verandering in de manier van werken en dat vind ik leuk om te doen. En verder: ja, dat beleefde en indirecte, daar word ik soms op aangesproken. Soms hoor ik dat ik wel wat harder mag zijn. Misschien komt dat ook doordat ik vrouw ben. Dat vraag ik mij weleens af: is dat het of komt het door mijn achtergrond? Ik denk dat het vrouw zijn meer invloed heeft.’

Voorlopig is Bahramali niet op haar werk; ze heeft zwangerschapsverlof. Eenmaal in Nederland leerde zij de liefde van haar leven kennen, bracht een romantische lockdownperiode met hem door in zijn huis in het centrum van Groningen en raakte zwanger. Haar familie vertrouwde op haar keuze, maar vond het fijner als het stel trouwde voordat de baby geboren was. Aldus geschiedde. Zonder groot feest en op anderhalve meter afstand.

Haar ouders willen de baby natuurlijk zien. Dat zal in Nederland gebeuren en voorlopig niet in Iran, want er is een complicerende factor: haar man is joods en geboren in Jeruzalem.

Voor wie is dat een probleem?
‘Niet voor mijn familie. Die vindt het juist leuk dat twee culturen zich met elkaar vermengen. Mijn man heeft een Nederlands paspoort en daarmee mag je in principe Iran in, maar zijn geboorteplaats kan vraagtekens oproepen. En dat vind ik eng. De situatie in Iran is onvoorspelbaar. Mijn ouders zeggen ook: kom maar niet.’

Heeft u weleens gesprekken met uw man over de verstandhouding tussen Iran en Israël?
Ze giechelt. ‘Nee.’

Waarom niet? Is het een taboe?
‘Ja, dat is een moeilijk onderwerp. Ik wil mij er eerst meer in verdiepen voordat wij er echt over in gesprek gaan. Ik ben in Iran opgegroeid met de staatspropaganda dat Israël alleen maar een slecht land is dat ten onrechte moslims doodt. En hoewel ik probeer anders te denken en weet dat niks zo zwart-wit is, is dat toch in mijn hoofd gaan zitten.’

Propaganda werkt?
‘Zeker. Onbewust.’

Originele link van het artikel: https://fd.nl/weekend/1371067/ik-lunch-ook-met-melk-en-boterhammen-dat-vinden-nederlanders-prettig?utm_source=nieuwsbrief&utm_campaign=fd-ochtendnieuwsbrief_#126;SYSTEM.CAMPAIGNID#126;_#126;SYSTEM.MAILID#126;&utm_medium=email&utm_content=20210123&s_cid=671