Bruine kroeg zoekt hip publiek

De horeca beleeft gouden tijden, maar bruine kroegen en dorpscafés hebben het zwaar. Om te overleven moet er gemoderniseerd worden. Foto: Merlin Daleman voor Het Financieele Dagblad The Walrus in Weesp mikt niet op de jeugd en draait dus The Beatles.

In het kort
Sociale media, Netflix en festivals dragen bij aan de daling van het aantal bruine kroegen.Vernieuwing is noodzakelijk in de overlevingsstrijd.Daarbij kan gedacht worden aan het assortiment, aan de inrichting of aan een jongere bediening. Een mooie bijverdienste, denkt menig huisvrouw aan het begin van de negentiende eeuw. Zij openen hun vaak piepkleine huiskamer, leggen kleedjes op de tafels en schenken hun gasten drank. Tegen betaling, uiteraard. De bruine kroeg is geboren.

De gouden tijden lijken voorbij. Tegenwoordig zitten vele bruine kroegen en ook dorpscafés in het slop. Waren er in 2008 nog 10.274, begin 2019 was dat aantal afgenomen tot 8608, een daling van 16%. En dat terwijl het aantal restaurants, lunchrooms en hotels sterk stijgt, zo bleek deze week uit een onderzoek van belangenorganisatie Koninklijke Horeca Nederland.
'De tijdsbesteding verandert', zegt Dirk Beljaarts, directeur van brancheorganisatie Koninklijke Horeca Nederland. 'Sociale media, festivals en diensten als Netflix dragen bij aan het dalend cafébezoek.'
Beljaarts wijst ook op het gevaar van vergrijzing. 'Kroegbazen die niet innoveren, blijven hetzelfde publiek trekken. Maar dat veroudert. Goede ondernemers speuren altijd en overal naar de nieuwste trends en proberen constant nieuwe doelgroepen aan te spreken.' Op een bescheiden schaal kan dat bijvoorbeeld door de muziek te veranderen of door het bedienend personeel te verjongen. Maar ook een moderne inrichting kan zorgen voor een nieuw publiek. Hetzelfde geldt voor een vernieuwing van het assortiment: ambachtelijke bieren, cocktails of vers geperste fruitsappen. Sommige eigenaren kiezen voor een nog drastischer aanpak en veranderen hun bruine kroeg of dorpscafé in een brasserie, eetcafé of koffiebar.

Hieronder drie voorbeelden van ondernemers die het met een nieuwe aanpak wel hebben gered:

1. Minevitus Veltman: 'Je moet altijd opvallen, anders val je van de wagen'. 'Opzouten pa!' Het is begin 2017 als de zoon van Minevitus Veltman kiest voor zelfstandigheid. Hij kan het familierestaurant in Weesp ook wel alleen runnen. Vader begrijpt de wens van zijn zoon en zoekt zijn heil elders. 'Voor stoppen was ik nog te jong', zegt de 72-jarige Veltman. 'Gelukkig stond de bekende Weesper kroeg De Natte Krant leeg. Er zat een keukentje in, dus kon ik niet alleen drank, maar ook eten serveren.' Waar Veltman vroeger in zijn restaurant bewerkelijke maaltijden kookte, kiest hij nu voor eenvoud en lage prijzen. De Beatles-fan verandert de naam van de kroeg in The Walrus en gaat in september 2017 van start.
'In het begin werd ik overrompeld door het succes', zegt Veltman. 'Heel Weesp kwam langs, op de drukste avond hadden wij maar liefst 67 eters binnen.'
Als de nieuwigheid eraf is, vlakt de aanloop af. Ook omdat er elders in het stadje nieuwe horecagelegenheden worden geopend. 'Het stadsbestuur zou eigenlijk geen vergunningen meer afgeven', zegt Veltman. 'Maar hoe meer winkels leegstonden, des te soepeler werd het beleid.' Je onderscheiden, daar draait het volgens Veltman om in de horeca. Anders dan de meeste gelegenheden richt hij zich niet op de jeugd, maar op een ouder publiek. Dus draait hij geen rap of loungemuziek, maar artiesten als Neil Young en natuurlijk The Beatles. En eens in de maand organiseert Veltman een concert. 'Je moet altijd opvallen, anders val je van de wagen. Ik had niet verwacht dat onze zaak zoveel tijd zou kosten.'

2. Peter Bouten: 'Meer eten, minder drinken'
Het moet radicaal anders, ziet Peter Bouten ongeveer twee jaar terug. Zijn publiek vergrijst, de kroeg draait slecht en de feestzaal trekt steeds minder huwelijksrecepties. Zo dreigen magere tijden voor Het Wapen van Velden, een café met feestzaal in het Limburgse Velden. 'Het werd tijd voor een frisse wind', zegt de 52-jarige Bouten. 'Ik voelde me uit de tijd groeien en wilde verjongen. Er werd steeds minder gedronken.' Bouten belt met Koninklijke Horeca Nederland, dat voor hem in 2017 een haalbaarheidsonderzoek verricht. Dat wordt de basis voor een nieuwe strategie: Het Wapen van Velden gaat zich meer richten op eten en jongeren. Een moderne uitstraling is daarvoor een vereiste. Dus verdwijnen in 2018 de koperen potten voor de ramen en de geweien van de muren. Er is zelfs geen plaats meer voor de schilderijen die de vader van Bouten maakte. Dit tot groot verdriet van moeder Bouten. 'Voor de verbouwing had ik een budget van €350.000', zegt Peter Bouten. 'Maar uiteindelijk is het meer dan een half miljoen geworden. Gelukkig heeft de bank veel vertrouwen.' Een groot deel van het geld wordt geïnvesteerd in een modernisering van de keuken. 'We hebben nu een brasserie met een mooie kaart', zegt Bouten. 'Verder besteden we ook veel aandacht aan catering.' De nieuwe strategie heeft succes. 'Het is hier nu razend druk', zegt Bouten. 'In mijn eentje red ik het niet meer. Pas als er in de keuken iemand bijkomt, kunnen wij meer gasten gaan ontvangen. Helaas valt het tegenwoordig niet mee een talentvolle kok te vinden.'

3. Theo Potjes: 'Een terras en veel ramen'
Feestje? Theo regelt het wel. Die vindt het leuk gasten te vermaken, die houdt van organiseren. Vroeger al. Toen hij nog werkte bij bouwbedrijf Heijmans, deed hij het voor zijn collega's. En tot op de dag van vandaag doet hij het voor de leden van zijn motorclub. Twaalf jaar terug gaat Theo Potjes op zoek naar een nieuwe broodwinning. Hij krijgt genoeg van Heijmans. 'Het bouwbedrijf werd steeds meer bestuurd door bankiers', zegt Potjes (60), 'en de ondernemingszin verdween.'

Dus maakt Potjes van zijn hobby zijn werk en begint hij een kroeg met feestzaal in Schaijk, zijn Brabantse woonplaats. De feestzaal loopt goed, maar op de kroeg moet hij geld toeleggen. De financiële crisis trekt zware sporen en het rookverbod kost hem bijna twintig procent van zijn omzet. 'Er moest wat veranderen', zegt Potjes. 'De jeugd bleef weg en ook voor vrouwen was het geen plezierige omgeving. Daarom wilde ik een open uitstraling. Meer glas in de gevel en een mooi terras.' Potjes overlegt met de eigenaar van het pand. Maar die wil niet verbouwen en wil zijn pand ook niet verkopen. Zo gaat het niet langer, weet Potjes. Als 500 meter verderop een locatie vrijkomt, besluit hij daar onder de naam De Potter opnieuw te beginnen. Er volgt een verbouwing die bijna €1 mln kost. Voor dat bedrag krijgt Potjes een moderne keuken, een restaurant, een terras en veel ramen. 'We zijn nu niet langer een mannencafé', zegt hij. 'Eigenlijk wil ik dat De Potter de huiskamer van Schaijk wordt.'