‘Toen ik mijn eerste loonstrook zag, moest ik huilen’

‘Toen ik mijn eerste loonstrook zag, moest ik huilen’

dec 23, 2019 Nieuwsfeed by vincent

Rochdi Darrazi groeide op in een arm migrantengezin in Amsterdam-West. Zijn leraar Nederlands dacht dat gymnasium te hoog gegrepen was, maar Darrazi slaagde en ging studeren. ‘Ik had nog nooit van econometrie gehoord, laat staan van een bedrijf als McKinsey.’ Nu gaat de ex-consultant met zijn scheerbedrijf Boldking de strijd aan met multinationals. Bron: FD, Foto Malou van Breevoort Cv
1981 Geboren in AmsterdamOpleiding: Gymnasium, St. Nicolaaslyceum Amsterdam
1999-2004 Econometrie aan de Universiteit van Amsterdam
2007-2008 MBA aan Insead Fontainebleau­
2004 Begint bij McKinsey
2007 Start Moroccan Dutch Leadership Institute met Khalid Kasem, Rachid Majiti en Ahmed Dadou
2013 Begint met Tibo Thijs Diepenhorst het onlinescheermerk Boldking
2019 Boldking haalt investering van €10 mln binnen. Het merk heeft naar eigen zeggen 500.000 klanten, in elf Europese landen

Bos en Lommer. Lommer. Lommer betekent schaduw. Rochdi Darrazi (38) maakt nog altijd die associatie als hij door het stadsdeel in Amsterdam-West rijdt.
Op zijn zevende vroeg hij aan zijn vader wat dat woord betekent. Die had geen idee. Abdelkader Darrazi was op zijn achttiende als gastarbeider van Marokko naar Nederland gekomen. Hij en zijn vrouw, Hnia, hadden met de jaren redelijk Nederlands geleerd, maar dat woord ‘lommer’ stond niet in hun woordenboek. Zijn vader kwam wel met een idee: als Rochdi elke week tien woorden die hij niet kende opschreef in een schriftje, zouden ze samen uitvogelen wat ze betekenen. Beloning: één gulden. Een behoorlijk bedrag overigens voor een immigrantengezin met vier opgroeiende zoons.
‘Mijn vader vond: hoe meer woorden je kent, hoe beter je je kunt uitdrukken en ook kunt meedraaien in de maatschappij. Hij was migrantenwerker en hielp anderen te integreren. Hij wist hoe belangrijk taal is’, vertelt Darrazi in café Piet de Gruyter, op het Van Limburg Stirumplein, in de aangrenzende Staatsliedenbuurt.
In het café staan nu vegabitterballen en lokale biertjes op de kaart, maar in de jaren tachtig was dit Tramlijn Begeerte, een roemruchte, anarchistische kroeg midden in de destijds arme Staatsliedenbuurt. In deze wijk groeide Darrazi op. De slechte, goedkope woningen trokken migranten, studenten­ en krakers aan. En junks, je struikelde er over de naalden.
Om de hoek van het café zit nog steeds basisschool De Westerparkschool, waar Darrazi naartoe ging. Inmiddels is het schoolplein er een stuk witter geworden.
Na school veegde Darrazi haren op in de kapperszaak van zijn vader in de Ten Katestraat. Als twaalfjarige deed hij ook meteen de loonadministratie. Zijn oom Mo had een groothandel in noten en zuidvruchten en daar rook Darrazi aan de wereld van handel. Hij besloot op de markt B-kwaliteit spijkerbroeken te verkopen. Een nederige ervaring als het hagelde en koud was.
‘Sommige jongens die ik toen kende, zitten in de gevangenis of leven niet eens meer’

Wraak op meneer De Vries
In zijn vrije tijd was hij vaak te vinden op het Van Beuningenplein, voetballen met zijn vriendjes. Ook Edson Sabajo, die later het succesvolle streetwearmerk Patta lanceerde, trapte er weleens een balletje. Net als Evander Sno. Hij zou later de droom waarmaken die ze stiekem allemaal hadden: spelen voor Ajax. Maar er was ook een andere kant: ‘Sommige jongens die ik toen kende, zitten in de gevangenis of leven niet eens meer’, vertelt Darrazi bij zijn gemberthee. Dat waren de jongens die op het plein patsten met hun dure, glimmende scooters, verdiend met crimineel drugsgeld.
Waarom glijdt de ene jongen af (want ja, het gaat meestal om jongens) en wordt de andere succesvol? Het is een vraag die Darrazi sinds die voetbalpartijtjes met regelmaat bezighoudt. Een pasklaar antwoord heeft hij nog steeds niet: ‘De jongens die de criminaliteit in gingen hadden heus wel talenten. Het liep vaak fout op de middelbare school, de periode waarin ouders de controle over hun kind verliezen. Heeft-ie wel echt de eerste twee uur vrij? Gaat hij bij een vriendje huiswerk maken of zit hij in de coffeeshop?’
Darrazi zelf werd nooit getrokken door de wereld van glimmende scooters, pillen en cocaïne.

Na de lagere school ging hij naar het rooms-katholieke St. Nicolaaslyceum. Pater De Klerk, in zijn lange zwarte habijt, leerde hem Latijn­. ‘Een fantastische man, die de hele Ilias uit zijn hoofd kende. En na de lunch vaak even in slaap viel omdat hij last had van de diabolus meridianis, de middagduivel, zoals hij dat noemde.’
Ondanks het schriftje van zijn vader bleef Nederlands een worsteling. Op Darrazi’s rapport stond een dikke onvoldoende. Zijn leraar Nederlands, meneer De Vries, meende dat het gymnasium te hoog gegrepen was voor Rochdi. ‘Twee dagen lang heb ik gehuild. Je raakt je zelfvertrouwen kwijt als je merkt dat je niet kunt meekomen’, vertelt Darrazi. Hij ging nog harder werken en toen hij uiteindelijk slaagde voor zijn eindexamen, stond hij voor alle vakken een zeven of hoger. Voor Nederlands scoorde hij zelfs een acht. ‘Een kleine, zoete wraak op meneer De Vries’, vertelt Darrazi met een grijns. Zijn ouders zaten glimmend van trots in de aula.
Leraar economie Joep Blaas vond econometrie wel een studie voor Darrazi. De scholier had nog nooit van de studie gehoord, maar was na een proefcollege verkocht. ‘Ik heb een enorme klik met cijfers.’ Naast zijn studie runde hij een eigen evenementenbureau. Op de middelbare school ontpopte hij zich al als dj, en dat ontwikkelde zich verder tot compleet aangeklede feesten met muziek, dans en zelfs theater. Van dj Eric E tot cabaretier Najib Amhali, ze kwamen allemaal opdraven op zijn events.
In 2004 werd hij aangenomen bij consultancybureau McKinsey. Een managementopleiding bij het gerenommeerde Insead, in Fontainebleau, een uurtje ten zuidoosten van Parijs, volgde. Hij had makkelijk partner kunnen worden bij McKinsey, zeggen zijn vrienden. Maar in 2013 gaf hij een uitgestippelde carrière op en begon hij zijn eigen bedrijf, Boldking, dat afgelopen november €10 mln aan kapitaal ophaalde.

Glad als een biljartbal
Eerlijk gezegd had Darrazi zich tijdens het scheren nooit afgevraagd hoe de scheermessenmarkt in elkaar stak. Tot hij er een case over kreeg bij managementopleiding Insead. Er zijn twee wereldspelers die de markt domineren: Gillette van Procter & Gamble en Wilkinson Sword van Edgewell. Dan zijn er nog plastic wegwerpmessen (Bic) en producenten die messen voor andere merken (Aldi, Etos) produceren.
In Amerika gebeurde iets nieuws. Merken als Harry’s en Dollar Shave Club verkochten hun messen online met een abonnement en knaagden zo aan het marktaandeel van de multinationals.
Darrazi zag in 2012 dat er ook in Europa ruimte was voor een nieuw, online A-merk. Wilkinson en Gillette innoveerden al jaren niet terwijl het scheergedrag wel degelijk veranderd was. ‘Mannen zijn niet meer elke dag gladgeschoren, zoals tien, twintig jaar geleden. Ze kiezen vaker voor een baard.’
Tegelijkertijd worden andere lichaamsdelen juist wél vaker geschoren, van benen tot borsthaar. Maar wie de baard wil trimmen heeft al snel een mesje vol haar. En het hoofd kaalscheren zonder bloedvergieten is een uitdagende exercitie, weet Darrazi − al een jaar of tien is zijn hoofd zo glad als een biljartbal − uit eigen ervaring.
Via via kreeg hij een nieuw scheermesje van een Israëlisch-Amerikaanse uitvinder in handen. Een prototype was het nog. Het mes boog mee met de vormen van het lichaam en de mesjes stonden minder dicht op elkaar. Darrazi gooide het achteloos in zijn koffer toen hij met zijn vrouw, Asmaa, en twee kinderen op vakantie naar Portugal ging.

Maar in het appartement in Carvoeiro kwam Darrazi’s eurekamoment. ‘Dit mes moet ik hebben’, riep hij vanuit de badkamer naar zijn vrouw. Kort daarna ging Darrazi naar de Verenigde Staten om de uitvinder, Alon Coresh, te ontmoeten. Hij wilde hem overreden te gaan samenwerken. Samen konden ze de markt veroveren. De uitvinder besloot met de voortvarende Nederlander in zee te gaan.
‘Typisch Rochdi om zo meteen op zijn doel af te gaan, vertelt Rachid Majiti (42) over de telefoon vanuit Dubai, waar hij als senior partner voor McKinsey werkt.
Majiti was − ‘afgezien van een verdwaalde Engelsman’ − nog de eerste werknemer van allochtone komaf toen hij in 2001 bij het consultancybedrijf in Amsterdam aan de slag ging. ‘In de jaren tachtig en negentig werkten er nog veel “zoontjes van”. Maar al snel werd het diverser. Niet je sociale achtergrond is belangrijk, maar de manier waarop je problemen oplost.’
Majiti zag in Darrazi een groot talent toen die binnenkwam bij McKinsey. ‘Hij is een typische mckinsiaan. Intellectueel nieuwsgierig, probleemoplossend, sociaal en met een internationale oriëntatie.’
Darrazi zelf herinnert zich van die beginperiode vooral dat hij zich geïntimideerd voelde door zijn nieuwe werkomgeving. ‘Na een werkweek was ik doodop. Ik had het idee dat iedereen veel slimmer was dan ik.’
Hij vloog de hele wereld over, gaf ceo’s advies, sliep in vijfsterrenhotels en verdiende een stevig inkomen. ‘Toen ik mijn eerste loonstrookje zag moest ik huilen. Mijn vader heeft zijn hele leven zo ontzettend hard gewerkt. Altijd om zes uur ’s ochtends op. En ik verdiende op mijn 23ste meer dan mijn vader ooit heeft verdiend.’
‘Mijn vader heeft zijn hele leven lang zo hard gewerkt. Altijd om zes uur ’s ochtends op’.

Gelikte presentatie
Rachid Majiti fungeerde bij McKinsey als een soort oudere broer voor Darrazi. In 2007 begonnen ze een project dat jaren hun levens zou beheersen: het Moroccan Dutch Leadership Institute (MDLI). Ze deden het project samen met Khalid Kasem. Hij werd op zijn vijftiende nog als onhandelbare jongen van de mavo geschopt, maar werkte toen bij advocatenkantoor Allen & Overy. Inmiddels heeft hij een advocatenkantoor met Peter R. de Vries. Ook Ahmed Dadou, die Darrazi leerde kennen in zijn studententijd en die nu diplomaat is, besloot mee te doen aan het project. De vier beseften dat ze uit een gemeenschap komen die nog een lange weg te gaan heeft. Marokkaans-Nederlandse jongeren maken vaker dan gemiddeld hun middelbare school niet af, zijn vaker werkloos en zijn bovengemiddeld terug te vinden in de criminaliteitscijfers. Ze wilden iets terugdoen. Ahmed Dadou: ‘We komen allemaal uit migrantengezinnen, dat schept een band. Mijn ouders waren allebei analfabeet. Daardoor weet ik hoe ontzettend belangrijk goed onderwijs is.’
De jonge professionals pakten het op de McKinsey-manier aan: ze brachten eerst alle problematiek rond jonge Marokkaanse Nederlanders in kaart. Vervolgens maakten ze een actieplan om die problemen aan te pakken en klopten bij het bedrijfsleven aan om geld op te halen. ‘Rochdi ging strak in het pak en met een gelikte presentatie langs bij mensen als Ludo van Halderen van Nuon en Peter Bakker van PostNL’, vertelt Rachid Majiti. ‘Het klinkt raar, maar sommige ceo’s hadden nog nooit een Marokkaan ontmoet.’

Geen cent subsidie
De aanpak werkte. Bedrijven als PostNL, Nuon en Ahold droegen jarenlang bij aan het initiatief. Belangrijk­ onderdeel van MDLI was het leiderschapsprogramma, dat zo’n dertig studenten en young professionals van Marokkaans-Nederlandse afkomst twaalf zaterdagen lang volgden. Daarnaast werden in de kerstvakantie kinderen in groep 8 getraind voor de Cito-toets. ‘We hebben alles gedaan zonder één cent subsidie’, benadrukt Darrazi trots.
Ahmed Dadou kan zich nog steeds opwinden over de enorme achterstand van sommige leerlingen. ‘Hoe kán het bestaan. Kinderen uit groep 8 die niet weten wat ’t kofschip is!’ Toch draaide het niet alleen om Cito-scores en goed leren spellen. ‘We wilden de kinderen zelfvertrouwen geven. Iets wat Rochdi vanzelf uitstraalt.’
Acht jaar later besloten ze te stoppen. Het was nóg een baan geworden naast hun drukke werk. Bovendien gebeurde er nog zoveel meer in hun levens. Rachid Majiti en Ahmed Dadou waren veel in het buitenland en konden het werk voor het netwerk niet meer combineren. En Darrazi was Asmaa Latafi tegen het lijf gelopen. Ze meldde zich aan voor de eerste lichting van het leiderschapsprogramma en maakte een verpletterende indruk. ‘Met haar ga ik trouwen’, zei hij tegen Kasem meteen na het selectie-interview. En zo geschiedde, zij het een paar jaar later.
‘Vroeger dacht ik: doe gewoon beter je best, succes is een keuze. Maar zo zie ik dat niet meer’
Het MDLI trainde uiteindelijk 8000 kinderen voor de Cito-toets, nog eens 220 jonge professionals deden mee aan het leiderschapsprogramma. ‘We hebben alles bij een etentje bedacht en we hebben het uiteindelijk ook zo opgezet’, zegt Dadou. Rachid Majiti: ‘Ik denk stiekem dat Rochdi die tijd een beetje mist. Met vrienden zo gedreven bezig zijn voor de goede zaak.’ Om het telefoongesprek te besluiten met: ‘Diep in ons hart missen we het allemaal.’
Nu de fundamenten van Boldking staan, heeft Darrazi besloten een deel van zijn omzet over te maken naar een stichting binnen zijn bedrijf die als doel heeft Europese jongens uit lagere sociaal-economische klassen te helpen het maximale uit zichzelf te halen. ‘Vroeger dacht ik: doe gewoon beter je best. Succes is een keuze. Maar zo zie ik dat niet meer. Je kunt op sleutelmomenten in het leven mensen tegenkomen die je levensloop 180 graden kunnen draaien. Zoals mijn economie-leraar Joep Blaas dat heeft gedaan. Ik had nog nooit van econometrie gehoord. Laat staan van een bedrijf­ als McKinsey.’

Boldking heeft de ambitie de komende jaren hard te groeien in Europa. De scheermessen moeten ook in de schappen van de supermarkt te vinden zijn. En er wordt alweer nagedacht over een tweede grote financieringsronde in 2020. ‘Ik heb Rochdi leren kennen als een bedachtzame man. De keerzijde is dat hij soms beslissingen wat voor zich uit kan schuiven’, vertelt aandeelhouder Tom Kist van Slingshot Ventures. Kist investeerde al vroeg in Boldking en hielp het bedrijf de eerste jaren met de financiën. ‘Nu Boldking na zes jaar is uitgegroeid tot een half miljoen klanten, wordt het tijd op het gaspedaal te staan.’

Onzekerheid
In café Piet de Gruyter beseft Darrazi dat het in 2020 flink aanpoten wordt met zijn bedrijf. Hoewel hij op anderen intussen een zelfverzekerde indruk maakt, is de angst een onvoldoende te krijgen er soms toch nog.
‘Ik heb wel iets van een insecure overachiever, iemand die uit onzekerheid gaat overcompenseren. Ook nu denk ik weleens: een groot Europees merk opbouwen, lukt dat me wel?’ Hij is even stil: ‘Maar dan denk ik: wat voor bedrijf staat er uiteindelijk als ik de volle 100 procent geef? Dat wil ik weten. Dus dat ga ik doen.’