Illustratieve foto i.c.de vensterbelasting, die ook wel de belasting op licht en lucht werd genoemd

Illustratieve foto i.c.de vensterbelasting, die ook wel de belasting op licht en lucht werd genoemd

aug 7, 2019 Nieuwsfeed by vincent

De voorloper van de spaartaks werd veelvuldig ontdoken, het Nederlandse belastingstelsel staat ter discussie. Niets nieuws onder de zon, belastingen zijn door de eeuwen heen onderwerp geweest van hoogoplopende controverses. Het FD leidt u deze zomer langs vier historische voorbeelden. In deze aflevering: de vensterbelasting leidde tot grootschalige ontduiking.
In het kort
De vermogensrendementsheffing was aan het begin van de 19e eeuw moeilijk voorstelbaar.Belastingautoriteiten werden niet geacht de inhoud van de portemonnee van belastingplichtigen te kennen.Het aantal ramen in een woning was een alternatieve belastinggrondslag, als afspiegeling van de welstand van de bewoner.
De belasting op spaargeld in box 3 van de inkomstenbelasting drijft belastingbetalers tot razernij. Door de lage rente is de heffing op het appeltje voor de dorst vaak hoger dan de inkomsten uit spaarrekeningen en veilige staatsobligaties. Belastingplichtigen voelen zich bestolen.
Uitgerekend de gedupeerde spaarders en beleggers van nu ontsprongen in de 19e eeuw de dans. De eerste belastingen op inkomen en bezit lieten spaargeld en effecten buiten schot. De voorlopers van de huidige inkomstenbelasting werden geheven over uiterlijke kenmerken van welstand, zoals het aantal dienstbodes in een huishouden of de hoeveelheid ramen en deuren in een huis.

Nationaal belastingstelsel
Alexander Gogel was de Willem Vermeend van het begin van de 19e eeuw. De Amsterdamse koopman hervormde in de Franse tijd de belastingen zoals de PvdA-staatssecretaris dat aan het begin van deze eeuw heeft gedaan. De herziening van Vermeend en toenmalige minister van Financiën Gerrit Zalm is echter kinderspel vergeleken met het baanbrekende werk van Gogel.
De radicale patriot introduceerde een nationaal belastingstelsel, aanvankelijk als minister van Financiën in de semi-onafhankelijke Bataafse Republiek en later onder directe leiding van de Fransen. Voor het eerst golden in heel Nederland dezelfde belastingen. Die kwamen in plaats van talrijke provinciale en stedelijke heffingen. Gogel richtte de Belastingdienst op, om de centrale belastingen op te leggen en te innen. De eerste grote uitvoerende rijksdienst nam die taken over van belastingpachters — particulieren die voorheen het recht kochten om belastingen te mogen ophalen.

Meer ramen? Meer belasting
De ‘vader van de Belastingdienst’ streefde naar een eerlijke verdeling van de belastingen, schrijft historicus Geertje Dekkers in een artikel in het Historisch Nieuwsblad, waarbij armen minder hoefden te betalen dan rijken. Daartoe maakte zijn belastingwet uit 1805 onderscheid tussen noodzakelijke goederen en luxeartikelen. Over luxe was meer belasting verschuldigd. Huisraad bijvoorbeeld was tot 500 gulden vrijgesteld van belasting. De eerste twee haarden in een huis bleven onbelast, maar over volgende haarden moest een heffing worden betaald. En werkpaarden vielen in een lager tarief dan rij- of koetspaarden.

Gezondheidsklachten
Critici noemden de vensterbelasting een belasting op licht en lucht. Het verzet tegen de heffing werd gevoed door de slechte omstandigheden waaronder de werkende klasse was gehuisvest.Rijke Engelsen lieten huizen bouwen met zo veel mogelijk ramen, om hun rijkdom te etaleren. Minder fortuinlijke landgenoten keken na invoering van de vensterbelasting in 1696 echter steeds vaker tegen een blinde muur aan. Om de heffing te ontlopen beperkten huizenbezitters het aantal ramen tot een minimum. Vooral eigenaren van woonkazernes deden dat, maar ook huiseigenaren met een bescheiden inkomen zagen af van daglicht. Het gebrek aan ventilatie en licht leidde tot gezondheidsklachten. Dat vormde reden om de heffing af te schaffen.
Ook voor de venster- of raambelasting gold dat rijken meer betaalden dan armen, ervan uitgaand dat het aantal ramen en deuren in hun woningen een afspiegeling vormde van hun welstand. De heffing werd in 1812 in Nederland ingevoerd. Met de opbrengst zou de Nederlandse schuld aan Frankrijk worden afgelost. Maar de taks bleef bestaan nadat koning Willem I in 1815 was aangetreden. Belastingen afschaffen is altijd lastig geweest voor overheden. De vensterbelasting verdween in Nederland uiteindelijk pas in 1896.

Oogt simpel
De vensterheffing oogt simpel, net als de vermogensrendementsheffing die Vermeend invoerde. Deuren en ramen tellen was in de 18e en 19e eeuw net zo eenvoudig als een forfaitair rendement berekenen op spaargeld en beleggingen om vervolgens de veronderstelde opbrengst te belasten, zoals in box 3 gebeurt.
Keerzijde van de eenvoud van de huidige rendementsheffing is dat die in de ogen van belastingbetalers onrechtvaardig uitpakt nu de rente naar het nulpunt is gedaald. De eenvoud van de vensterbelasting zorgde er in haar tijd voor dat die gemakkelijk was te ontduiken. Huiseigenaren maakten ramen tijdelijk dicht op het moment dat die werden geteld, of de ramen verdwenen definitief. In veel steden en dorpen zijn nog dichtgemetselde vensters terug te vinden.

Vriendjespolitiek
Engeland had al ruim een eeuw ervaring met een vensterbelasting voordat die in Nederland werd geïntroduceerd. De Engelse heffing was extra gevoelig voor ontduiking omdat de oorspronkelijke belastingwet, uit 1696, verschillend kon worden geïnterpreteerd en de uitvoering aanvankelijk werd overgelaten aan belastingpachters.
De window tax, die na verloop van tijd ook gold voor Wales, Schotland en Ierland, werd veelvuldig aangepast voordat die in 1851 werd geschrapt. Vriendjespolitiek van parttime belastinginners gaf de aanzet voor de komst van een professionele en centraal geleide belastingorganisatie. Extra vrijstellingen daarentegen, bijvoorbeeld voor ramen aan werkruimtes, schiepen nieuwe mogelijkheden om de taks te ontduiken.

Het grote voordeel van de vensterbelasting was destijds dat belastingautoriteiten geen privéhuizen hoefden te betreden, laat staan dat ze in de portemonnee van belastingplichtigen snuffelden. Of dat mocht, daarover ging in de 19e eeuw het fiscale debat. Dat station is sindsdien gepasseerd.